Windveranderingen kunnen enige uren, minuten of zelfs slechts enige secondes duren.
Niet alle trimmogelijkheden kunnen snel genoeg worden aangepast om ook op de kleinere maar vaak belangrijke veranderingen te reageren
De schoten zijn de snelste en daarom de belangrijkste trim van de boot
wat heeft allemaal invloed
Welke mogelijkheden heeft jouw boot
1 2 3 4
FD | A*,C* A*,B*,C* Ja*
1A: alleen boven beneden en binnen-buiten
FJ | A,D* A,B,C Ja*
Nacra 570 | A A,B,C Ja
Laser
2000, | A A,B,C Ja
Vago | - A,B,C Ja
Pico | - - -
29, 49er | B A,B,C Iets
Randmeer | A A,B,C Ja,iets
2B: moeizaam
Fly-tour | A A,B,C Ja, iets
2B, 3 moeizaam
Poly-Valk | A A -
toer-jacht | A, A,B,C Ja,iets
2B, 3: moeizaam
race-jacht | A*,D* A*,B,C Ja
* vol varend verstelbaar
sommige boten kunnen met een hulplijntje de hoogte van de halshoek stellen
Wanneer de wind toeneemt zal er wat aangepast moeten worden. We willen immers een stuurbare boot hebben. En dan liefst ook eentje met snelheid
Je kunt:
door:
NB. vlakker maken reduceert natuurlijk geweldig de kracht die het zeil levert. Ook neemt de weerstand heel veel af van dit vlakker worden. Er is daardoor veel snelheidswinst te halen, zeker wanneer er niet te veel golven zijn
Maar:
Wanneer het zeil nu iets hoger of lager wordt gestuurd, zal er nu ofwel ALLE ofwel GEEN wind gevangen worden. Het zeil wordt hierdoor erg kritisch voor koers en schootstand. Het heeft een 'aan / uit' stand gekregen.
door
N.B. vaak wordt de combi van masthelling tesamen met "hoger oogje" in de fok of lij-oog naar voren/beneden gebruikt. Dit is om de uitwaaing te beperken en tòch gebruik te maken van achterwaartse masthelling.
Meer laten uitwaaien van het achterlijk maakt dat de boot makkelijker te varen is, en ook makkelijker snelheid kan maken door iets af te vallen.
Teveel uitwaaing maakt echter dat de boot niet meer goed hoog aan de wind kan varen
Bij weinig wind, minder dan 6kn, is er een groot verloop in windsnelheid onder de 5m, in vergelijk met boven de 5m.
> Dit komt omdat bij weinig wind de wind 'laminair' in laagjes over elkaar heen schuift.> Hierdoor lijkt beneden, vlak boven dek, de schijnbare wind meer van voren te komen dan in vergelijk met meer wind. Boven bij de top van de fok lijkt de schijnbare wind daardoor meer van opzij te komen.
Deze omstandigheden spelen vooral een rol de lucht boven het water afgekoeld is.
Koude lucht wil immers niet opstijgen! En warme lucht niet dalen! Hierdoor vindt er geen vertikale menging op. En blijft de onderste lucht stilstaan. De beroemde inversie-laag
Bv. 's ochtends vroeg wanneer het nog koel is en de eerste vlaagjes wind voorzichtig komen opzetten,
in een koele nacht,
of wanneer bij een naderende bui er sterke afkoeling plaats heeft plaats gevonden en het vanuit windstil weer langzaam begint waaien.
Hierdoor zul je bij heel weinig wind er op moeten letten dat de top niet te dicht komt te staan.
Je kunt dit zien doordat In de top van het zeil het achterlijk dan met een bocht richting loef staat... .
Een lintje, gentry, in op een derde vanaf de top, kan je helpen bepalen hoe dicht het zeil dan moet.
Het lintje moet voortdurend naar achteren stromen. Het achterlijk zal dan vooral bovenin een stukje moeten uitwaaien.
Veel boten, met name snelle, varen met weinig wind het beste met een fok die -onderin- vlak staat.
Deze verschillen tussen schijnbare wind op geringe en grotere hoogten te leiden tot problemen met afkruizen bij snelle boten: Het zeil kan dan de grote twist, die dan moet zijn, niet goed aan. Hierdoor kan er kan dan tijdens het afkruizen niet voldoende laag worden gestuurd met behoud van voldoende snelheid.
n.b. De meeste boten remmen sterk af bij prikken (opsturen) in harde vlagen