Mast-trim:

Er zijn weinig trimmogelijkheden aan boord die het karakter van een boot zo kunnen veranderen als de trim van de mast.

Basics:

Allereerst de zijwaartse helling van de mast

Meten kan door de grootzeilval te nemen en deze zo te verlengen dat hij het dek kan raken bij de wantputtings.
Door de SB kant met de BB kant te vergelijken kan beoordeeld worden of de mast recht staat

grootzeilval meting
grootzeilval meting

Zalingn zorgen voor de mastbuiging. Om te zorgen dat de mast over stuurboord nŔt zo buigt als over bakboord moeten de zalingen perfect gelijk afgesteld staan.. De kleinste afwijking kan er voor zorgen dat de boot niet hetzelfde vaart na een overstag.. .

Het is moeilijk om tijdens montage het zalinghuis perfect op de graad nauwkeurig op de mast te bevestigen

Gelukkig zijn de meeste zalingen makkelijk te stellen.
Naast de boot gaan staan zodanig dat je de puttings recht achterelkaar ziet. De wanten en de zalingtippen moeten nu precies gelijk lopen

stuurboord zaling verder naar achter dan de bakboord
li: stuurboord zaling verder naar achteren dan de bakboord
re: zalingen gelijk

Daarnaast kan het, met wat meer wind, een overweging zijn om de mastvoet wat verder naar achteren te plaatsen wanneer dat mogelijk is. Dit zorgt ervoor dat de hinderlijke overlap tussen fok en grootzeil wat vermindert.
De hierdoor een klein beetje toegenomen loefgierigheid weegt niet op tegen het voortstuwings voordeel wat minder overlap met zich meebrengt.

Masthelling, meer wind:

Boten met veel zeil t.o.v. hun gewicht, zowel Jachten, catamarans als zwaardboten, varen wat beter wanneer de mast enigszins hellend achterover gezet wordt. Dit geldt met name bij veel wind. Voorbeelden zijn Contender, FD, Draak, x9er's, 470.

Doordat de mast helt word de afstand -en dus ook de tijd- die de lucht aflegt van voor naar achterlijk groter

Hierdoor lijkt het alsof de windsnelheid afneemt

Dit effect word verder versterkt omdat bij het passeren van het voorlijk de luchtstroom enigzins in de richting van de voorlijkrichting gaat lopen. (vooral bij de top!)

Hierdoor duurt het nog langer vooordat de lucht bij het achterlijk aankomt: dus nog minder zeildruk... .vooral bovenin :-)

Bij weinig wind en/of een klein zeil wil je weer 'volle druk'; dus dan weer mast rechtop

Fd met veel wind
masthelling bij 40kn (Durban)
spanwise flow
spanwise flow. raked / non raked mast
stroming langs voorlijk. met / zonder masthelling

op internet: spanwise flow at low reynolds - tipvortex, sweptback wing, etc

Als bijkomend effect van het achterover staan van de mast zal de fok meer twist gaan krijgen. Met meer wind wilde je de fok toch al wat meer twist geven (=lei-ogen naar achteren) zodat je nu de lei-ogen minder tot niet hoeft te verstellen.
Soms moet je juist je achterlijk fok een stukje inkorten =hoger oogje kiezen-, of juist de lei-ogen naar voren/beneden zetten! Dit om extreem open waaien van het achterlijk te voorkomen

Bij afnemende wind en afnemende twist zal de mast weer meer rechtop geplaatst moeten worden.

Om een goed idee te krijgen over de masthelling kun je met de grootzeilval de afstand tussen masttop en spiegel bepalen.

Ook is het mogelijk om de fokkeval te voorzien van een rij merkstreepjes.

Doordat door de masthelling de boot veel beter te houden is, en minder helling maakt, neemt de loefgierigheid eerder af dan toe.

Ook doordat de kracht meer voorwaarts is dan 'boeg neerwaarts' kunnen planerende boten makkelijker planeren, ook hierdoor zal de loefgierigheid verder afnemen!

Het wat meer achterover zetten van de mast kan bij een boot die voorheen aan de wind onhandelbaar was bij veel wind, een grote verandering teweeg brengen. Het kan veel sneller en hoger aan de wind varen.

Masthelling, minder wind:

Bij weinig wind zal door rechtop zetten van de mast het gevoel van 'druk' en voortstuwingskracht toenemen.

Het verder voorover plaatsen dan rechtop lijkt bij geen enkele boot een goed aan de winds resultaat te leveren

Masthelling, 'voor' de wind:

Heb je een verstelbare tuigage dan zal op de ruime koeren de boot sneller worden door de mast rechtop, en soms zelfs licht voorover, meer snelheid en koersstabiliteit opleveren!

Mast buiging:

Zalingen bepalen hoe makkelijk of moeilijk de mast zal gaan buigen en in welke richting. Een kleine soms enkele milimeters verstelling geeft een behoorlijk effect!

Verder is voor het daadwerkelijk optreden van deze mastbuiging wantspanning of achterlijkspanning van het grootzeil nodig.

Verder werken de zalingen samen met de lage wanten/mastdrukker om de mast meer of minder te laten buigen. Lage wanten/mastdrukker werken vooral in het onderste deel van de mast.

Zalingen kunnen draaien om hun bevestigingspunt bij de mast en/of langer gemaakt worden bij de tippen.

Mastbuiging kun je zien als een deel voor/achterwaarts en voor een ander deel zijwaarts.

Opmeten

Zalinghuis van boven af gezien

Er zijn vele variabelen die zaling afstelling be´nvloeden